De dagelijkse verzorging van je kind
Je kindje heeft voldoende slaap nodig. Daarvoor is het opmaken van een geschikt wiegje of ledikantje belangrijk. Een aantal handige tips voor een fijne en veilige manier van slapen zijn hieronder weergegeven.

Aan welke eisen moet een wiegje of ledikantje voldoen
Als je ervoor kiest om een wiegje te gebruiken, doe dit dan alleen in de eerste drie maanden. Daarna is de kans groter dat je kindje op zijn/haar zij kan rollen en ademhalingsproblemen krijgt als hij/ zij tegen de wand van het wiegje aan ligt.

Een veilige wieg is minimaal 30 cm diep, 45 cm breed en 80 cm lang, met spijlen (met een spijlafstand van tussen de 4.5 en 6.5 centimeter) of een zijkant met een open structuur, zoals een open geweven stof.

Leg je baby op de rug te slapen
Dit is de veiligste slaaphouding, je baby ligt zo met het gezichtje vrij. De eerste twee weken kan je baby ook op de zij slapen. Daarna niet meer omdat je kindje dan kan omrollen tot op de buik. Als het kindje zichzelf vlot om en om kan draaien, kan je hem/haar zelf de slaaphouding laten bepalen

Hoe maak ik een wieg of ledikantje op?

Het wiegje of ledikantje maak je in de volgende volgorde op:

  • Matras
  • Molton onderlegger of flanellen luier
  • Onderlaken
  • Zeiltje
  • Hydrofielluier
  • Laken
  • Twee dekentjes

We adviseren de eerste twee jaar geen dekbed of deken in de dekbedhoes te gebruiken. Maak verder het bedje zo op dat je kindje met de voetjes vrij dicht bij het voeteinde ligt en het beddengoed tot de schouders reikt. Dit noemen we verkort opmaken en op deze manier kan het kindje nooit helemaal onder de dekens komen.

Waar kan ik terecht met vragen over babyverzorging ná de kraamtijd
Na de kraamtijd kan je voor vragen terecht bij de Jeugdgezondheidszorg. Die zijn te bereiken via een thuiszorginstelling bij jou in de buurt. Binnen de Jeugdgezondheidszorg valt eveneens het consultatiebureau, waar jij met je kindje op bezoek gaat als het enkele weken oud is.

De kruik
Als de baby het koud heeft, leg je een kruik in de wieg. Je vult de kruik tot de rand met water. Een kruik die niet helemaal vol is, sluit niet goed af. Om de kruik op lekken te kunnen controleren, laat je de kruik even liggen zonder kruikenzak. In de wieg leg je de kruik een handbreedte bij de baby vandaan, dus niet tegen de baby aan. De kruik mag ook niet in dezelfde laag liggen als de baby, dus op de deken en niet eronder. Ten slotte moet de kruik met de dop bij het voeteneind liggen en niet op het zeiltje. Als de kruik dan onverhoopt toch gaat lekken, loopt het water in het matras en wordt de baby niet nat.

 

 

© 2012 DZC Kraamzorg - Disclaimer - Leveringsvoorwaarden - Inloggen